De grootste misvatting bij de aanschaf van een trailschoen is dat er één 'beste' schoen bestaat. Asfalt is overal ter wereld asfalt, maar offroad is het terrein de absolute koning. De ondergrond bepaalt exact welk type schoen jij uit het schap moet trekken.
Loop je voornamelijk op de harde, droge en rotsachtige paden (bijvoorbeeld in de Alpen of de Ardennen)? Dan heb je een schoen nodig met veel demping, een stevige beschermplaat in de zool en kortere noppen. Loop je echter vooral je kilometers in de natte Nederlandse winterbossen of over zachte, drassige veenpaden? Dan is een schoen met een flexibele zool, minder demping (zachte modder dempt uit zichzelf al) en lange, agressieve moddernoppen een veel verstandigere keuze. Trailrunning dwingt je dus om vooraf goed na te denken over waar je de schoen het meest gaat inzetten.
Als je met een lichte wegschoen achter een scherpe braamstruik of een uitstekende rots blijft haken, scheurt het dunne mesh-weefsel direct open. Het bovenwerk van een trailschoen is daarom van oudsher altijd verstevigd met dikke overlays van rubber of plastic. Het nadeel daarvan was dat trailschoenen zwaar, stug en warm werden.
Gelukkig is dat tegenwoordig verleden tijd. De moderne trailschoen maakt gebruik van extreem geavanceerde weeftechnieken. De absolute trend van dit moment is het gebruik van Matryx-materiaal of vergelijkbare technische weefsels. Hierbij worden Kevlar-draden of aramidevezels (hetzelfde materiaal dat in kogelwerende vesten zit) direct in het bovenwerk geweven. Dit levert een schoen op die bizar licht is en uitstekend ademt, maar niet scheurt als je langs een rotswand schuurt. Bovendien neemt dit type materiaal nauwelijks water op, wat de schoen ook na een regenbui licht aan de voet houdt.
De grootste revolutie in de trailwereld van de afgelopen jaren speelt zich echter af in de tussenzool. Jarenlang werden trailschoenen uitgerust met stevig, relatief 'dood' EVA-schuim (Ethyleen Vinyl Acetaat). Dit was nodig voor de stabiliteit; op een onstabiele ondergrond wilde je immers niet wegzakken in een zachte, wankele schoen.
Inmiddels is het verende en lichte PEBA-schuim (Polyether Block Amide) – dat we kennen uit de snelste marathon-wegschoenen ter wereld – met succes overgebracht naar de onverharde paden. Dit schuim biedt een enorme energieteruggave (energy return) en houdt je benen veel langer fris tijdens lange afstanden. Om te voorkomen dat je op dit zachte schuim je enkels zwikt zodra je op een boomwortel stapt, kapselen fabrikanten dit superfoam tegenwoordig in. Ze plaatsen het zachte PEBA-schuim in een steviger frame van EVA-schuim (een zogenaamde carrier foam) of verbreden de basis van de zool aanzienlijk. Het resultaat? De snelheid en souplesse van een topschoen voor de weg, maar met de broodnodige stabiliteit voor in het bos.
Waar de tussenzool zorgt voor comfort en demping, is de buitenzool (slijtzool) je letterlijke contactpunt met de aarde. Dit onderdeel dicteert of je met vol vertrouwen een technische afdaling induikt, of bij elke stap bang bent om uit te glijden. Bij het beoordelen van de buitenzool letten we als trailrunners op drie belangrijke aspecten: het profiel, het gebruikte rubber en de bescherming tegen objecten van onderaf.
De uitsteeksels onder een trailschoen noemen we noppen of lugs. Hoe diep deze lugs zijn, bepaalt voor welk terrein de schoen geschikt is. Voor harde, droge paden en rotsachtige ondergronden heb je voldoende aan korte noppen van 3 tot 4 millimeter. Deze bieden tractie zonder dat ze in de weg zitten of afbreken op harde stenen.
Duik je in de herfst en winter de drassige Nederlandse bossen of uiterwaarden in? Dan heb je, vergelijkbaar met specifieke modderschoenen, langere noppen nodig van 5 tot wel 8 millimeter. Belangrijk hierbij is dat de noppen ver genoeg uit elkaar staan. Staan ze te dicht op elkaar, dan koekt de modder vast en verlies je alsnog alle grip. Een goed ontworpen zool 'lost' de modder vanzelf tijdens de afwikkeling van je voet.
Niet alleen de vorm van de noppen telt, ook het materiaal zelf maakt een wereld van verschil. Goedkoper, hard rubber gaat eindeloos mee, maar is spekglad op natte boomwortels en vochtige stenen. Trail-specifieke zolen maken gebruik van zachtere, 'plakkerige' rubbermengsels (compounds).
De absolute gouden standaard in de outdoorwereld is Vibram Megagrip. Steeds meer topmerken sluiten allianties met deze zoolfabrikant om hun schoenen van de best mogelijke tractie te voorzien. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de nieuwste modellen Nike hardloopschoenen voor de trail, die de overstap naar Vibram hebben gemaakt voor maximale betrouwbaarheid in natte omstandigheden. Ook merken die hun eigen rubber ontwikkelen zitten niet stil; zo staat ASICSGrip, te vinden onder de trailmodellen van ASICS, bekend als een van de meest slijtvaste en betrouwbare compounds op de markt.
Wanneer je urenlang op onverharde paden rent, is de kans groot dat je vol op een scherpe, puntige steen landt. Om te voorkomen dat zo'n steen pijnlijk door de zool in je voet drukt, zijn veel trailschoenen uitgerust met een zogenaamde rock plate. Dit is een dunne, flexibele plaat van hard plastic of nylon, weggewerkt in de tussenzool, die de impact van de steen over een groter oppervlak verdeelt.
Toch is ook hier een ware technologische revolutie gaande: de opkomst van de carbonplaat. In eerste instantie dacht men dat stijve koolstofvezelplaten – die op de weg voor wereldrecords zorgen – ongeschikt waren voor trailrunning. Een volledig stijve plaat op een ongelijke ondergrond fungeert namelijk als een wipwap en vergroot de kans op een verzwikte enkel aanzienlijk.
De industrie heeft dit razendsnel opgelost door gebruik te maken van gespleten carbonplaten (zoals twee parallelle vorken) of zeer flexibele varianten. Deze vernieuwde carbonplaten hebben nu een dubbele functie gekregen in moderne trail-wedstrijdschoenen: ze fungeren als een ultralichte, ondoordringbare rock plate tegen scherpe objecten én leveren die agressieve voorwaartse veerkracht (energy return) die je helpt om op lange beklimmingen snelheid te behouden.
Zodra je de materialen en de grip van de slijtzool hebt bepaald, kom je uit bij de geometrie van de schoen. Hoeveel schuim staat er eigenlijk tussen jouw voetzool en de bosgrond? Dit bepaalt in grote mate de dynamiek van je loopervaring en hoeveel direct contact je met de aarde overhoudt. In de winkel of bij de productspecificaties online draait deze keuze steevast om twee technische begrippen: de stack height en de heel-to-toe drop.
De stack height (zooldikte) is de fysieke hoeveelheid millimeter materiaal onder je voet. Vroeger was de heersende gedachte in de trailwereld simpel: hoe dunner de zool, hoe beter. Minimalistische trailschoenen met een lage stack height geven je maximale wendbaarheid en een uiterst direct gevoel met de ondergrond. Je voelt letterlijk elke boomwortel of kuil, wat je in staat stelt bliksemsnel te reageren en corrigeren op technische, bochtige passages. Het nadeel is dat je voeten bij lange afstanden sneller vermoeid raken door de constante impact.
Lijnrecht daartegenover staat de huidige trend van het maximalisme. Trailschoenen met extreem dikke tussenzolen domineren tegenwoordig het straat- én bosbeeld. Vooral lopers die ultratrails of lange weekendduurlopen op de planning hebben staan, zweren hierbij. Die extra centimeters schuim filteren de trillingen en harde klappen van urenlang hardlopen weg, waardoor je knieën en gewrichten aanzienlijk worden ontzien. Ben je benieuwd naar de absolute grondlegger van deze trend? Bekijk dan de specifieke modellen in ons overzicht van Hoka hardloopschoenen, het merk dat de 'oversized' zool succesvol introduceerde in de trailwereld.
Naast de totale dikte is de verhouding tussen de hak en de tenen van groot belang. Dit noemen we de heel-to-toe drop (of kortweg 'drop'), uitgedrukt in millimeters. Een traditionele asfaltschoen heeft vaak een forse drop (tussen de 8 en 12 millimeter), wat de voorwaartse afwikkeling stimuleert als je voornamelijk op je hak landt.
Op onverharde, heuvelachtige paden gelden echter andere mechanische wetten. Wanneer je een steile, technische afdaling induikt vol stenen en geulen, fungeert zo'n hoge hak al snel als een onstabiele stiletto. Je zwaartepunt ligt te ver naar voren, waardoor de kans dat je wegglijdt of hard door je enkel zwikt toeneemt. Veel specifieke trailschoenen hebben daarom een aanzienlijk lagere drop (tussen de 0 en 4 millimeter). Dit verplaatst je landing meer naar de stabiele middenvoet en zorgt voor een veel betere balans op onvoorspelbare ondergronden.
Let wel goed op: een plotselinge overstap naar een zeer lage drop (zero drop) vraagt enorm veel extra rek en kracht van je kuitspieren en achillespezen. Loop je op de weg altijd op schoenen met een flinke drop en heb je snel last van strakke kuiten? Dan is een agressieve overstap naar nul millimeter vragen om blessures. Gerenommeerde hardloopmerken bieden gelukkig ook zeer robuuste trail-allrounders aan met een veiligere, wat hogere drop die je lichaam al gewend is. Verdiep je in zo'n geval eens in de degelijke offroad-opties binnen het assortiment Brooks hardloopschoenen.
De theorie over noppen, superfoams en drop is helder, maar hoe vertaalt zich dat naar de winkelvloer? Een trailschoen kan op papier nog zo geavanceerd zijn, als je het verkeerde merk voor jouw voettype kiest of een verkeerde inschatting maakt qua waterdichtheid, wordt je eerste lange bosloop alsnog een lijdensweg.
De trailmarkt is enorm, maar wordt gedomineerd door een aantal grote spelers die elk een heel eigen filosofie en pasvorm hanteren. Om je op weg te helpen, is hier een overzicht van de marktleiders, hun paradepaardjes en de bijbehorende prijskaartjes (die over het algemeen variëren van €130 voor instapmodellen tot ver over de €200 voor carbon-wedstrijdschoenen):
Tijdens een lange trailsessie zakt het bloed in je lichaam naar beneden, waardoor je voeten aanzienlijk opzwellen. Als je dan een steile afdaling inzet en je tenen klappen bij elke stap keihard tegen de voorkant van een strakke schoen, ben je de volgende dag gegarandeerd de eigenaar van blauwe of zelfs loslatende teennagels. Koop een trailschoen daarom altijd minimaal een halve maat groter dan je wegschoenen. Twijfel je tussen merken? Kijk dan naar modellen met een bredere toe box, zodat je tenen vrij kunnen spreiden om balans te zoeken. Ook binnen het assortiment van New Balance vind je uitstekende opties met verschillende breedtematen.
Veel lopers zijn geneigd om voor de zekerheid een waterdichte Gore-Tex (GTX) trailschoen te kopen, maar dit is niet altijd de slimste keuze. Het hangt puur af van het seizoen. Loop je regelmatig door natte sneeuw of ben je vroeg in de ochtend op pad door velden met ijskoude dauw? Dan is Gore-Tex goud waard en blijven je voeten warm. Loop je echter een trail in de zomer, of staat de route erom bekend dat je enkeldiepe beekjes (rivierdoorsteken) moet trotseren? Kies dan voor een goed ventilerende, normale trailschoen. Loopt het water eenmaal via de bovenkant je waterdichte Gore-Tex schoen in, dan werkt het membraan als een badkuip; het vocht kan er niet meer uit en je loopt de rest van de dag met zware, klotsende voeten.
Om te voorkomen dat takjes en zandkorrels in je schoen belanden en schuurplekken veroorzaken, dragen veel trailrunners gaiters: kleine overtrekschoentjes die als een kraagje over de enkel sluiten. Controleer bij de aanschaf of je trailschoen een gaiter trap heeft. Dit is vaak een simpel klittenbandje op de hiel en een metalen ringetje bij de voorste veter, waarmee je zo'n overtrekje stevig en naadloos vastzet.
Zelfs met de beste schoenen is de kans op blaren op onverhard terrein groter dan op het asfalt. Je voeten schuiven simpelweg meer door de onregelmatige belasting. Bespaar na de aanschaf van dure schoenen daarom nooit op je sokken. Een naadloze, vochtafdrijvende laag (zoals merinowol) is essentieel. Bestudeer voor vertrek onze tips over de juiste hardloopsokken voor een comfortabele run, zodat je optimaal geprepareerd het bos in kunt!